De Boris methodiek

De drie fasen

De Borisaanpak
De Borisaanpak zorgt ervoor dat leerlingen uit het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs zich goed oriënteren op hun loopbaan, dat ze een passende opleiding krijgen en dat ze begeleid worden bij het vinden en houden van een werkplek.
In drie stappen worden de leerlingen naar een passende baan geleid:

1. Loopbaanoriëntatie
De zoektocht van een jongere naar zijn op haar plek op de arbeidsmarkt begint met oriëntatie op beroepen. Ook is belangrijk dat de school in kaart brengt wat de wensen en mogelijkheden van de leerling zijn. Als een leerling weet wat zijn mogelijkheden zijn, kan hij informatie over de inhoud van beroepen verzamelen. Daarna kan hij in de praktijk bekijken wat het beroep inhoudt tijdens een snuffelstage of via gastlessen op scholen. Sommige van de instrumenten voor loopbaanoriëntatie zijn al geschikt voor het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, andere worden daarop aangepast. Zo heeft de samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven samen met UWV arbeidsmarktschetsen voor alle regio’s ontwikkeld; deze zijn hier te vinden.

2. Passende opleiding
Als de jongere samen met school heeft bepaald waar zijn kansen en talenten liggen, wordt een maatwerkopleiding samengesteld. Scholen kunnen hiervoor terecht op www.kwalificatiesmbo.nl. Hierop staan alle kwalificatiedossiers. Per opleiding / beroep is aangegeven wat een leerling moet beheersen. Ieder dossier is opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen; om een werkproces goed te kunnen uitvoeren, zijn competenties nodig. De kwalificatiestructuur, het geheel aan kwalificatiedossiers, is door deze opzet bruikbaar voor het maken van opleidingsplannen op maat: door de combinatie van een beperkt aantal werkprocessen is een takenpakket samen te stellen dat de inzet en de mogelijkheden van de leerling verbindt met productief werk in het bedrijf.


3. Leren in de praktijkEen deel van de opleiding zal de leerling in de praktijk volgen, bij een erkend leerbedrijf. Een bedrijf kan erkend leerbedrijf worden als het werk kan aanbieden dat past bij de opleiding van een leerling, als er een deskundige praktijkopleider is voor de begeleiding en als de werkplek veilig is. Het uiteindelijke doel is dat de leerling op zijn plek is in het leerbedrijf en daar zijn werk als volleerd werknemer kan voortzetten. Omdat zijn opleiding wordt afgesloten met een diploma of een certificaat, kan hij ook aan volgende werkgevers laten zien welke kennis hij in huis heeft.