Scholen

De Borisaanpak is gebaseerd op de systematiek van het werkend leren uit het middelbaar beroepsonderwijs, een systeem dat al bijna een eeuw in de onderwijswetgeving is verankerd. Voor 100.000 jongeren per jaar is dit de belangrijkste route naar arbeid en voor het bedrijfsleven is het de belangrijkste manier om nieuw personeel te werven. Belangrijk binnen het werkend leren zijn:

  • Oriëntatie op beroep en loopbaan: er zijn allerlei instrumenten die jongeren helpen bij het bepalen van hun talenten, wensen en kansen als het gaat om hun toekomstige werk. Sommige van die instrumenten zijn al geschikt voor het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, andere worden daarop aangepast. 
  • Een traject op maat: als de jongere samen met school heeft bepaald waar zijn kansen en talenten liggen, wordt een maatwerkopleiding samengesteld. Scholen kunnen hiervoor terecht op www.kwalificatiesmbo.nl. Hierop staan alle kwalificatiedossiers. Per opleiding / beroep is aangegeven wat een leerling moet beheersen. Ieder dossier bestaat onder andere uit werkprocessen. De school bekijkt samen met de leerling welke werkprocessen aansluiten bij de arbeidsmarktmogelijkheden van de leerling
  • Leren in een bedrijf: de leerling volgt (een deel van) zijn maatwerkopleiding binnen een bedrijf. Een bedrijf kan erkend leerbedrijf worden als het werk kan aanbieden dat past bij de opleiding van een leerling, als er een deskundige praktijkopleider is voor de begeleiding en als de werkplek veilig is. Alle ruim 230.000 erkende bedrijven die stageplaatsen bieden, staan op www.stagemarkt.nl, met de werkprocessen die je er kunt leren en de contactgegevens.

Bestaande infrastructuur
De Borisaanpak gebruikt dus de bestaande infrastructuur: de netwerken, de programma’s, de leerbedrijven, de praktijkopleiders, de bedrijfstakregelingen, de wetgeving… alles wat er al is. Wat nog ontbrak, waren de verbindingen met het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. Die konden eenvoudig gelegd worden, soms met kleine aanpassingen. Hoe zit het bijvoorbeeld met de begeleiding van leerlingen en werknemers met een beperking? En hoe haal je werkgevers over de streep om mensen met een beperking aan te nemen? Het is essentieel voor leerling én zijn collega's dat de leerling zo snel mogelijk wordt gezien als werknemer. Dat is zijn toekomst.

Kenmerken van de werkend-leren-organisatie

  1. Doel van het onderwijs is om leerlingen te laten uitstromen naar duurzame arbeid. Dat is vastgelegd in het beleid van de school én dat is de verwachting die leerlingen en hun ouders hebben van het opleidingsresultaat.
  2. De school beschikt over een netwerk. Het netwerk van erkende leerbedrijven is een afspiegeling van de regionale arbeidsmarkt. Met elk leerbedrijf wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten waarin alle wederzijdse verwachtingen zijn vastgelegd. Daarnaast werkt de school samen met andere organisaties in de regio, zoals gemeentelijke diensten en verwante scholen.
  3. Medewerkers van de school kunnen de leerlingen beoordelen op hun arbeidsvermogen en –motivatie. Ze zijn in staat om passende opleidingstrajecten te ontwikkelen of te selecteren en de leermogelijkheden in een leerbedrijf vast te stellen en optimaal te benutten. Verder kunnen medewerkers aangeven welke risico’s de beperking van de leerling met zich meebrengen in een duurzame arbeidsrelatie.
  4. De processen voor arbeidsoriëntatie en de onderwijsleerprocessen staan alle direct of indirect ten dienste van de te bereiken duurzame arbeidsplaats van de leerling.
  5. De programmering van de opleiding naar duurzame arbeid is gebaseerd op de kwalificatiedossiers uit het middelbaar beroepsonderwijs.
  6. Het resultaat dat de leerling bereikt, wordt vastgelegd in een certificaat waaruit de inzetbaarheid van de leerling in arbeid blijkt. Dat certificaat heeft landelijke herkenbaarheid en geldigheid.
  7. Het resultaat van de school is meetbaar in het aantal bereikte duurzame arbeidsplaatsen door de leerlingen van de school.
  8. Gedurende langere tijd wordt de leerling gevolgd in zijn arbeid om vast te stellen of de plaatsing in arbeid duurzaam is gebleken en of verdere ontwikkeling van de leerling in arbeidsvermogen heeft plaatsgevonden. Als de leerling is uitgevallen, wordt uitgezocht wat daar de reden van is.
  9. De tevredenheid over de samenwerking tussen school en leerbedrijf wordt binnen elke samenwerkingsrelatie vastgesteld.
  10. De evaluatie van de onderwijsprocessen, de meetgegevens over de uitgestroomde leerlingen en de tevredenheidsmeting leiden tot verbetering van het totale proces.

Wilt u weten of u al een werkend-leren- organisatie bent? Vult u dan de Borisscholentest in!

Diensten
De Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) heeft, mede op advies van de pilotscholen, gezorgd voor een aantal diensten. Scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs kunnen hier kosteloos en vrijblijvend gebruik van maken:

  • Regionale arbeidsmarktinformatie: kennis van de gehele arbeidsmarkt is bepalend voor het inrichten van succesvolle trajecten naar een baan. SBB biedt arbeidsmarktinformatie die de perspectieven voor de doelgroep in beeld brengt. De gegevens zijn verdeeld over de 35 arbeidsmarktregio's die het UWV ook gebruikt. 
  • De Boris Werkverkenner: hoe kun je de arbeidsmogelijkheden van een leerling in beeld brengen en deze koppelen aan werkprocessen die daarbij passen én aan een leerbedrijf waar de leerling aan de slag kan? SBB heeft hiervoor de Boris Werkverkenner ontwikkeld: de docent voert het profiel van de leerling in en kiest het werkveld en het niveau, waarna het systeem de werkprocessen levert die passen bij de mogelijkheden van de leerling. Door een postcodegebied te selecteren, vindt de docent de leerbedrijven die erkend zijn voor de geadviseerde werkprocessen.
  • Het Boris Praktijkloket: via het Boris Praktijkloket kunnen scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs een praktijkverklaring aanvragen voor hun leerlingen. Daarop staan de werkprocessen binnen het maatwerktraject van de leerling. Door het ondertekenen van de praktijkverklaring geeft de praktijkopleider aan dat de leerling de werkprocessen en de onderliggende prestatie-indicatoren voldoende beheerst. De leerling kan met zijn verklaring aan anderen laten zien wat zijn mogelijkheden zijn. De verklaringen worden door de brancheorganisaties erkend als een bewijs van vakbekwaamheid.

Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op met projectleider Will Seignette via w.seignette@s-bb.nl of 06 23 946 656. 

De Borisaanpak wordt gebruikt in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. Van de 158 scholen die zich aangemeld hebben voor het Boris Praktijkloket maken er op dit moment bijna 80 actief gebruik van het Boris Praktijkloket en hebben leerlingen daarvoor ingevoerd; bekijk hier het overzicht. Wilt u ervaringen uitwisselen met andere scholen? Laat het ons weten via n.burgman@s-bb.nl; dan brengen we jullie met elkaar in contact.