Het project

Boris is een aanpak die leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs helpt bij het vinden van hun plek op de arbeidsmarkt. De aanpak is gebaseerd op de systematiek van het werkend leren uit het middelbaar beroepsonderwijs, een systeem dat al bijna een eeuw in de onderwijswetgeving is verankerd. Voor 10.000 jongeren per jaar is dit de belangrijkste route naar arbeid en voor het bedrijfsleven is het de belangrijkste manier om nieuw personeel uit de doelgroep te werven. Belangrijke onderdelen binnen de aanpak zijn oriëntatie op beroep en loopbaan, een opleidingstraject op maat en leren in een bedrijf, om vervolgens uit te komen bij een praktijkverklaring en een baan.

De belangrijkste doelstellingen zijn:

  • Efficiënte en effectieve route van onderwijs naar de arbeidsmarkt
  • Meer economisch zelfstandige jongeren, minder uitkeringslasten
  • Extra mogelijkheid voor bedrijven om jongeren te werven
  • Betere positie van jongeren met een beperking in de maatschappij

Achtergrond
In 2006 heeft Nederland het VN-verdrag van de rechten van de gehandicapte mens ondertekend en zich verplicht alle belemmeringen van deze doelgroep naar participatie weg te nemen. Een aantal maatregelen is sindsdien van kracht geworden en worden op dit moment geïmplementeerd:

  • De participatiewet legt bij de gemeente de verantwoordelijkheid neer de kansen op participatie van de burgers onder haar bestuur te optimaliseren en het beroep op een uitkering te minimaliseren.
  • De wet op het passend onderwijs en de wet op kwaliteit vso moeten jongeren met een beperking optimaal voorbereiden op participatie in betaald werk.
  • De participatie-afspraken tussen kabinet en bedrijfsleven moet ruimte maken binnen bedrijven voor de plaatsing van werknemers met een beperking in betaald werk.

Onderwijs
In de aanloop naar implementatie van deze maatregelen vroeg het ministerie van OCW zich af of het systeem van het werkend leren uit het middelbaar beroepsonderwijs ook geschikt zou zijn voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs die toegeleid worden naar werk. Van 2010 tot 2012 hebben 400 leerlingen van 15 vso-scholen hiermee geëxperimenteerd. Dit experiment werd ‘Boris brengt je bij ’n baan’ genoemd. Een geleidehond, Boris, werd metafoor voor het ondersteunen van de jongere met een beperking bij het realiseren van zijn participatie. Lees meer over de pilot met vso-scholen 2010-2012.

Vervolgens vroeg het ministerie van OCW of de aanpak ook geschikt zou zijn voor het praktijkonderwijs. Voor deze pilot zijn 10 scholen geselecteerd die ieder 10 leerlingen met de Boris-aanpak hebben opgeleid. Lees meer over de pilot met praktijkonderwijsscholen 2013-2016.

Tijdens de pilots in het vso en pro is onderzocht op welke wijze het systeem van werkend leren ingezet kan worden voor jongeren van het vso en pro die toegeleid worden naar arbeid. Vanaf eind 2015 worden diverse instrumenten en diensten door SBB beschikbaar gesteld.

Diensten
SBB biedt enkele instrumenten en diensten aan die de scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs ondersteunen bij het opzetten van werkend leren trajecten. Zij kunnen hier kosteloos en vrijblijvend gebruik van maken:

  • Regionale arbeidsmarktinformatie: kennis van de gehele arbeidsmarkt is bepalend voor het inrichten van succesvolle trajecten naar een baan. SBB biedt arbeidsmarktinformatie die de perspectieven voor de doelgroep in beeld brengt. De gegevens zijn verdeeld over de 35 arbeidsmarktregio's die het UWV ook gebruikt. Klik hier om naar de arbeidsmarktinformatie op de website van SBB te gaan.  
  • De SBB Werkverkenner: hoe kun je de arbeidsmogelijkheden van een leerling in beeld brengen en deze koppelen aan werkprocessen die daarbij passen én aan een leerbedrijf waar de leerling aan de slag kan? SBB heeft hiervoor de SBB Werkverkenner ontwikkeld: de docent voert het profiel van de leerling in en kiest het werkveld en het niveau, waarna het systeem de werkprocessen toont die passen bij de mogelijkheden van de leerling. Door een postcodegebied te selecteren, vindt de docent de leerbedrijven die erkend zijn voor de geadviseerde werkprocessen.
  • De leerbedrijven: het bedrijfsleven is onmisbaar bij een goede voorbereiding van jongeren op de arbeidsmarkt. Leerlingen van praktijkonderwijsscholen en vso kunnen niet altijd een volledige kwalificatie behalen, maar kunnen wel een opleidingstraject op maat krijgen dat gericht is op het behalen van een aantal werkprocessen uit het kwalificatiedossier. Dat traject vindt (deels) plaats binnen een leerbedrijf. Op stagemarkt vindt u alle leerbedrijven en ook de leerbedrijven die specifiek erkend zijn voor de Boris-doelgroep.
  • Het Boris Praktijkloket: via het Boris Praktijkloket kunnen scholen voor praktijkonderwijs en vso een praktijkverklaring aanvragen voor hun leerlingen. Daarop staan de werkprocessen van het maatwerktraject van de leerling die hij/zij beheerst in de praktijk. Ook kunnen ze beoordelingsformulieren per werkproces aanvragen. Door het ondertekenen van de praktijkverklaring geeft de praktijkopleider van het leerbedrijf aan dat de leerling de werkprocessen en de onderliggende prestatie-indicatoren/gedragselementen voldoende beheerst. De leerling kan met zijn verklaring aan anderen laten zien wat zijn mogelijkheden zijn. De praktijkverklaringen worden door de brancheorganisaties erkend als een bewijs van vakbekwaamheid.
  • De Borisadviseurs: in elke arbeidsmarktregio is een SBB Borisadviseur beschikbaar om scholen en bedrijven te informeren over de dienstverlening van SBB voor de doelgroep en de verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven te ondersteunen. Kijk op de site van SBB wie in uw regio de Borisadviseur is, of neem voor meer informatie contact op met Mark Hulsen (coördinator Borisadviseurs) via m.hulsen@s-bb.nl.